Home Over VerkiezingenVS.comMeedoen?Huisregels

De kwestie Chen

Peter van de Kasteelen op 7 mei 2012 - Reageren

China is in de ogen van veel Amerikanen op dit moment de grootste bedreiging voor hun land. Dit gevoel is zo sterk dat reeds meer dan de helft van de Amerikanen denkt dat de Chinese economie groter is dan de Amerikaanse, terwijl deze in realiteit nog niet eens half zo groot is. Economisch is China echter wel een enorm belangrijke partner voor de VS en in dat kader was minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton eind april naar Beijng gekomen voor gesprekken. De verhoudingen tussen de twee grootmachten werden die dagen op scherp gezet toen de blinde vredesactivist Chen Guangcheng op 22 april zijn huisarrest ontvluchtte en op miraculeuze wijze de Amerikaanse ambassade wist te bereiken.

 

Ambassades zijn soeverein grondgebied van het land in kwestie, dus in principe bevond Chen zich op Amerikaans territorium. De Chinese overheid, niet bekend om haar aangename manier van ordehandhaving, ziet meneer Chen als een staatsvijand dankzij zijn protesten tegen de éénkindpolitiek en gedwongen abortussen en sterilisaties. Kortom, ineens bevond zich een ontsnapte en gezochte ‘crimineel’ op Amerikaans grondgebied, waar hij klaarblijkelijk het gevoel had veilig te zijn. Voor Obama, die sowieso al bekend staat in de VS om zijn ‘softe’ China beleid, niet een prettige situatie om in te verkeren.

 

 

 

Wat er in de volgende dagen gebeurde is niet helemaal duidelijk. Zeker is dat Chen na zes dagen op de ambassade te zijn verbleven meegenomen is door Chinese officials naar een ziekenhuis waar hij zijn familie weer zou zien en verzorgd zou kunnen worden voor zijn zwakke gezondheid. Amerikaanse diplomaten verzekeren de rest van de wereld dat de heer Chen uit vrije wil is meegegaan en dat ze goede afspraken hebben gemaakt met de Chinezen aangaande zijn veiligheid en welzijn. Minister Clinton zei dat de afspraken: “his choices and our values” representeerde.

 

 

 

Echter meneer Chen vecht deze uitleg van de gebeurtenissen nu aan en zegt “very disappointed” te zijn in de Amerikaanse overheid. Hij claimt dat Amerikaanse diplomaten hem onder druk hebben gezet om te vertrekken en dat hij zijn familie in gevaar bracht door langer te blijven. Zijn vrouw wist de wereld te vertellen dat “The Americans did not do what they said they would do.” Hoe het precies gegaan is weten we niet, maar wat we wel weten is dat deze zaak niet goed is voor Barack Obama’s campagne. Zoals ik al eerder zei willen Amerikanen vrij weinig van hun leider als het op buitenlandse politiek aankomt. Maar wat ze wel willen is een sterke leider die de wereld laat zien wie de baas is, en wie opkomst voor mensenrechten en tirannie bestrijdt.

 

 

 

In de ogen van Amerikaanse burgers is Obama in elk van deze zaken gefaald door het uitleveren van een (blinde) mensenrechtenactivist aan de dictatoriale Chinese overheid. Mitt Romney zag dan ook zijn kans schoon en noemde de gebeurtenissen “a dark day for freedom” en “a day of shame for the Obama administration.” Barack Obama kon alleen maar zeggen dat hij "obviously aware of the press reports" was, maar wilde verder geen commentaar geven. Misschien dat het recente nieuws dat de heer Chen van de Chinese regering zich mag vestigen (op een studentenvisum wellicht) in Amerika de gemoederen wat doet dalen en Obama’s reputatie iets weet te redden. Maar het laatste woord is hier zeker nog niet over gesproken en Obama zal zich waarschijnlijk nog vaak moeten verdedigen als de campagne echt losbarst.

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.