Home Over VerkiezingenVS.comMeedoen?Huisregels

Waar twee honden vechten om een been...

Feike Kuipers op 17 oktober 2016 - Reageren

Als Trump en Clinton allebei niet de grens van 270 kiesmannen weten te halen op 8 november, ontaarden de verkiezingen in een chaotische en schimmige strijd waarin iedereen kan winnen. Dat geldt ook voor de onafhankelijke Evan McMullin en libertair Gary Johnson.

 

Het magische getal 270 wordt met enige regelmaat gebruikt door iedereen die zich met de Amerikaanse verkiezingen bezighoudt. Het getal geeft het minimum aantal kiesmannen aan dat nodig is om het presidentschap te winnen. Een logische doelstelling dus voor Clinton en Trump. Voor de andere kandidaten is deze grens echter ook belangrijk, maar om een andere reden. Voor Evan McMullin, kandidaat van ‘Better for America’, en Gary Johnson van de Libertarische Partij is het vooral hopen dat het Trump en Clinton niet lukt om 270 van de 538 kiesmannen te winnen.

 

Als geen van de kandidaten een meerderheid van de kiesmannen weet te behalen, treedt er een onduidelijk en goed te manipuleren proces in werking. Het nieuwe Huis zal dan namelijk de president kiezen, terwijl de Senaat de Vicepresident mag benoemen. In het Huis krijgt iedere staat een stem en mag er gekozen worden uit de drie kandidaten met de meeste kiesmannen. In de Senaat mogen alle honderd senatoren stemmen op een van de drie corresponderende running mates. McMullin en Johnson strijden om die derde plek, in de hoop zo nog het presidentschap binnen te slepen.

 

Geschiedenis

Het is al heel lang niet voorgekomen dat geen van de kandidaten een meerderheid van de kiesmannen wist te behalen. De laatste keer dat dit voorkwam was in 1876, tijdens de turbulente nasleep van de Amerikaanse Burgeroorlog. Uiteindelijk wist de Republikeinse kandidaat Rutherford Hayes genoeg kiesmannen achter zich te krijgen na een deal met de Democraten. Ook in 1800 en 1824 was er geen meerderheid en moesten er onderhandelingen aan te pas komen om een president te kiezen. Vooral 1824 is berucht, want dit is de enige keer dat een kandidaat die niet de meeste electorale stemmen won toch president werd. John Quincy Adams werd tweede bij de verkiezingen achter Andrew Jackson, maar wist een deal te sluiten met de voorzitter van het Huis. Vervolgens werd deze prompt Minister van Buitenlandse Zaken. Geheel toevallig uiteraard.

 

Gelijkspel

Dat kans dat Clinton of Trump niet het benodigde aantal kiesmannen wint is niet heel groot, maar het is in theorie mogelijk. Wel zijn er twee vereiste factoren. Ten eerste moeten de electorale stemmen gelijk verdeeld worden tussen Clinton en Trump. Ten tweede moet er een staat zijn waar Clinton of Trump niet wint. Door het winner-takes-all principe moeten Johnson en McMullin minstens een staat winnen om zich te verzekeren van kiesmannen. Zonder kiesmannen komen beide kandidaten immers niet in aanmerking voor die gewilde derde plek.

 

Is het mogelijk voor een van deze kandidaten om een staat te winnen? Het is niet eenvoudig, maar het kan wel. Johnson was gouverneur van New Mexico en is daar nog steeds populair. In de laatste peiling kreeg Clinton 35 procent van de stemmen, Trump 31 en Johnson wel 24 procent. Als zowel Clinton als Trump nog onpopulairder worden zou Johnson de vijf kiesmannen van New Mexico kunnen winnen. McCullin kan dit zelfde doen in Utah. Daar krijgen zowel Trump als Clinton op het ogenblik maar 26 procent van de stemmen en doet McCullin het heel aardig met 22 procent. Met een paar procent erbij kan McCullin de zes electorale stemmen van Utah winnen.

 

De kans dat dit allemaal gebeurd is uiteraard heel klein. Bovendien lijken de peilingen aan te geven dat het niet meer spannend zal worden tussen Clinton en Trump. Toch zullen McCullin en Johnson de hoop nog niet hebben opgegeven. Nog meer verkiezingsdrama zou zeker bij deze campagne passen.

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.