Home Over VerkiezingenVS.comMeedoen?Huisregels

Super Tuesday: Toen en nu

Dynph ten Haaf op 29 februari 2016 - Reageren

Morgen is het Super Tuesday, de dag dat er in twaalf staten en een territorium tegelijk voorverkiezingen plaatsvinden. Historisch gezien is Super Tuesday in bepaalde races cruciaal geweest voor het bepalen van de nominatie. Een terugblik op de belangrijkste momenten sinds 1992. 

 

1992: Comeback kid Bill Clinton

De term Super Tuesday werd voor het eerst gebruikt in 1980, toen er drie staten tegelijk stemden, maar de huidige vorm bestaat sinds 1988. Het idee was om de race meer te nationaliseren en daarmee te voorkomen dat vroege staten een te grote impact op het kiesproces kregen. Door veel staten uit verschillende regio’s op dezelfde dag te laten stemmen worden ze ongeveer even belangrijk in het stemproces. Ook kunnen ze daardoor een goed beeld geven van hoe een kandidaat er landelijk voor staat. Een sterke overwinning op Super Tuesday betekent in de praktijk dan ook vaak een gouden ticket naar de nominatie.   

 

Zo was Super Tuesday allesbepalend voor Bill Clinton’s succes in 1992. Nadat hij in eerdere staten verloor, was Super Tuesday een keerpunt voor Clinton. Na gelijktijdige overwinningen in een aantal zuidelijke staten was hij terug in de race als de comeback kid. Het was deze winst op Super Tuesday die Clinton de frontrunner van de race maakte en hem daardoor het momentum gaf dat uiteindelijk tot de Democratische nominatie leidde. Tijdens de presidentsverkiezingen versloeg hij uiteindelijk de zittende Republikeinse president George H.W. Bush.

 

2000: Gore & Bush

Op 7 maart 2000 hielden 16 staten voorverkiezingen. Zowel voor de Republikeinen als voor de Democraten was Super Tuesday belangrijk in deze race. Het was voor establishment-favorieten Al Gore en George W. Bush de bevestiging die ze beiden zochten. Gore won alle elf staten waar de Democraten stemden, en ook Bush versloeg rivaal John McCain met grote marges. Beide kandidaten wonnen dat jaar dan ook de partijnominatie.

 

2008: Obama versus Clinton

Super Tuesday in 2008 wordt ook wel Super Duper Tuesday genoemd. Op 5  februari 2008 stemden maar liefst 24 staten, het grootste aantal ooit dat tegelijk voorverkiezingen hield. Waar Super Tuesday normaal gesproken het recept is voor het identificeren van een duidelijke frontrunner, liep dat in 2008 helemaal anders.

 

Barack Obama en Hillary Clinton streden nek-aan-nek op Super Tuesday, en het verschil in de uitkomst was dan ook miniem. Obama won dertien staten, maar Clinton won New York en Californië, waardoor het aantal gedelegeerden voor de kandidaten bijna gelijk was. Het lukte zowel Obama als Clinton niet om een duidelijke voorsprong op te bouwen op Super Tuesday, en het duurde dan ook tot begin juni voor Clinton zich terugtrok en Obama de nominatie verzilverde.

 

2016: Race tegen Trump en Clinton versus Sanders

Super Tuesday morgen zal voor veel kandidaten de laatste kans zijn om het pad naar de nominatie nog te veranderen. Volgens de laatste polls staat Donald Trump sterk aan kop in veel van de zuidelijke staten. Hoewel de GOP er alles aan zal doen om te proberen Trump’s overwinning in te perken, ziet het er niet naar uit dat dat gaat lukken. Trump zelf is met name gefocust op Texas: als de thuisstaat van zijn rivaal Ted Cruz zal hij er alles aan doen hier te winnen. Cruz en Marco Rubio proberen met man en macht te bewijzen dat zij de ultieme anti-Trump kandidaten zijn, en zullen kiezers daarmee proberen te overtuigen.

 

Omdat het deze Super Tuesday veel zuidelijke staten zijn die stemmen, is de verwachting dat Hillary Clinton, Bernie Sanders zal verslaan. De laatste polls ondersteunen die verwachting. De demografische opmaak van deze staten omvat veel Afro-Amerikaanse kiezers, die vaak een sterke voorkeur voor Clinton hebben. Clinton zal dan ook proberen een zo groot mogelijke overwinning te behalen om het verschil tussen haar en Sanders te vergroten – en zo de nominatie in de wacht te slepen.

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.