Home Over VerkiezingenVS.comMeedoen?Huisregels

Het grote probleem voor Gary Johnson: de toelatingseisen voor debatten

Coen Nij Bijvank op 24 augustus 2016 - Reageren

In 2012 stemden 1,2 miljoen Amerikanen op de Libertarische presidentskandidaat Gary Johnson: een kleine één procent van het totaal aantal uitgebrachte stemmen. Dit jaar is Johnson wederom de Libertarische presidentskandidaat. In de peilingen staat hij op bijna tien procent; zeer hoog voor een kandidaat van een derde partij. Maar wil hij een rol van betekenis gaan spelen in november, heeft hij minstens vijftien procent nodig.

 

Third party candidates, presidentskandidaten van buiten de twee grote partijen, hebben nauwelijks invloed bij moderne Amerikaanse verkiezingen. De Democraten en Republikeinen maken de dienst uit, en dat houden ze graag zo.

 

Teleurgestelde kiezers

Dat Johnson nu toch zo hoog staat in peilingen, heeft hij waarschijnlijk meer aan Trump en Clinton te danken, dan aan zichzelf. Weinig kiezers kennen Johnson en zijn standpunten goed. De kiezers kennen Trump en Clinton door en door, wat opvallend genoeg juist in het voordeel van Johnson werkt. De reden: zowel Clinton als Trump hebben te maken met historisch lage waarderingscijfers. Kiezers zijn teleurgesteld in de kandidaten van de twee grote partijen, en dus lijken velen hun heil te zoeken bij Gary Johnson. Johnson (zelf een voormalig Republikein) en zijn Libertarische small government-gedachtegoed liggen dichter bij Trump dan bij Clinton, dus dat Trump nóg onpopulairder is dan Clinton, is een extra voordeel voor Johnson.

 

Debatten

Wil Johnson een serieuze kans maken bij de verkiezingen in november, moet hij de komende maanden fors meer naamsbekendheid opbouwen. De beste manier om dat te doen, is z’n gezicht laten zien bij de presidentiële debatten in september en oktober. Helaas voor Johnson is het de Commission on Presidential Debates, voorgezeten door Democraten en Republikeinen, die de regels van die debatten opstelt. Die commissie heeft er dus bepaald geen belang bij om derde kandidaten mee te laten doen.

 

Sinds het allereerste presidentiële debat dat op tv werd uitgezonden, in 1960, is er welgeteld één keer een presidentskandidaat van buiten de twee grote partijen uitgenodigd voor zo’n debat. Dat was de zakenman en onafhankelijke kandidaat Ross Perot in 1992.

 

Bewuste uitsluiting

Sinds 2000 is een van de belangrijkste eisen om mee te mogen doen aan de debatten, dat een kandidaat de steun moet hebben van minstens vijftien procent van de ondervraagden bij vijf recente landelijke peilingen. Een wel erg belemmerende voorwaarde, gegeven dat sinds de Amerikaanse Burgeroorlog slechts drie kandidaten van buiten de twee grote partijen ooit vijftien procent van de stemmen hebben gehaald bij de presidentsverkiezingen.

Derde partijen hebben in de Verenigde Staten te maken met allerlei obstakels (zoals het winner-takes-all-systeem), die inherent zijn aan het Amerikaanse kiesstelsel. Maar dat de toelatingseisen voor debatten zo streng zijn, laat zien dat kleine partijen in de VS ook doelbewust worden buitengesloten. Erg rooskleurig zijn de vooruitzichten op de kansen van Johnson in november dan ook niet. 

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.