Home Over VerkiezingenVS.comMeedoen?Huisregels

Een landslide, wat is dat?

Jasper Maassen op 21 oktober 2016 - Reageren

Door de steeds grotere voorsprong die Hillary Clinton op Donald Trump in de peilingen heeft, wordt er gesproken over de mogelijkheid van een landslide. Maar wat is dat nou precies? In dit artikel een uitleg en een overzicht van een aantal landslides uit de 20e eeuw.

 

Aardverschuiving

De letterlijke betekenis van een landslide is een aardverschuiving. Officieel zou er dan in deze context ook gesproken moeten worden van een political landslide, net zoals dat in het Nederlands gedaan wordt: een politieke aardverschuiving. Wanneer een verkiezingsuitslag als een landslide gezien wordt, verschilt nogal van wie je het vraagt. Vaak wordt de term gebruikt wanneer een kandidaat een enorme meerderheid heeft in het kiescollege, maar dat is een vrij vage definitie. Daarom wordt de popular vote, het daadwerkelijke stemmenaantal van een kandidaat, erbij betrokken. Is dat verschil 10 procent – zowel Nate Silver van fivethirtyeight.com als POLITICO – of 15 procent, zoals veel anderen hanteren, dan wordt er gesproken over een landslide.

 

Historische landslides

Doordat de popular vote pas sinds 1824 wordt bijgehouden, zijn de eerste verkiezingen volgens bovenstaande definities niet te classificeren als landslides. Desalniettemin is vooral de verkiezingen van George Washington en de herverkiezing van Thomas Jefferson als zodanig te bestempelen. Washington won in 1792 alle kiesmannen; Jefferson wist er slechts 15 niet te winnen in 1804. In meer recente geschiedenis zijn er vier presidenten die eruit springen als het gaat om landslides: Franklin D. Roosevelt, Lyndon B. Johnson, Richard Nixon en Ronald Reagan.

 

FDR

Roosevelt won in 1932 ruim van Herbert Hoover, die vier jaar eerder zelf met een landslide won. De zittende president haalde slechts 39,7 procent van de stemmen (goed voor 59 kiesmannen), terwijl FDR 57,4 procent van de stemmen kreeg. Dat leverde hem 472 kiesmannen op. Het was een sterk mandaat voor Roosevelt, die bij zijn eerste herverkiezing zelfs 60,8 procent haalde. Zijn derde en vierde verkiezingen won FDR ook met groot verschil, maar met een voorsprong in de popular vote die minder groot was dan 10 procent.

 

Johnson

LBJ won zijn enige directe verkiezing met grote overmacht van Barry Goldwater. Het was de tijd van de Civil Rights Movement, en Goldwater belichaamde het segregationisme van de Zuidelijke Staten. LBJ won met 61,1 tegen 38,5 procent, de grootste overwinning qua popular vote in de Amerikaanse geschiedenis. Het leverde Johnson, die 486 kiesmannen won, de bijnaam Landslide Johnson op. De Vietnamoorlog was beeldbepalend voor zijn termijn, en Johnson besloot niet voor nog een termijn te gaan. Het zou wel eens een smadelijke nederlaag geworden kunnen zijn.

 

Nixon

LBJ’s opvolger, Richard Nixon, won in zijn eerste keer met een ruime meerderheid in het kiescollege, maar slechts met een kleine voorsprong in procenten. Zijn herverkiezing was een stuk eenvoudiger. Dit werd met name veroorzaakt door een chaotische Democratische partij, dat met George McGovern een te linkse kandidaat had. Bovendien bleek later dat Nixon het pand van de Democratische partij had laten afluisteren en een campagne vol leugens over zijn tegenstander gestart was. Dat maakte het voor Tricky Dick mogelijk om 60,7 procent van de stemmen binnen te halen, wat goed was voor 520 kiesmannen.

 

Reagan

Toch was dat niet de grootste overwinning in kiesmannen uit de geschiedenis. Ronald Reagan won beide termijnen met enorm verschil. In 1980 versloeg hij zittend president Carter met 489 tegen 49 kiesmannen, wat neerkwam op 50,7 tegen 41 procent. Dat is in termen van de popular vote geen landslide, maar het verschil in kiesmannen is dusdanig dat deze verkiezing wel zo bestempeld wordt. In 1984 wist de uitdager, Walter Mondale, slechts zijn thuisstaat Minnesota en het District of Columbia te winnen. Dat betekende een overwinning in het kiescollege van 525 tegen 13 voor de herverkozen president. In procenten kwam dit neer op 58,8 tegen 40,6.

 

Sinds Reagan is er geen landslide meer geweest, en het is de vraag of die er deze keer zal komen. Momenteel wijst alles op een grote overwinning van Clinton, hoewel het verschil in procenten slechts een kleine 7 procent is. In kiesmannen zou het daarentegen wel eens een gigantische overwinning kunnen worden.

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.