Home Over VerkiezingenVS.comMeedoen?Huisregels

Amerikaanse partijgeschiedenis deel 2: van oorlog tot oorlog

Jasper Maassen op 19 maart 2016 - Reageren

In den beginne was er George Washington, en daarna kwamen de partijen. Eén van Washingtons grootste angsten was het ontstaan van politieke partijen, want dat zou volgens hem de eenheid in het land niet ten goede komen. Nu gaat de strijd tussen twee partijen, maar hoe zijn die eigenlijk ontstaan? Deel 2 van deze serie gaat van oorlog tot oorlog, onder leiding van de Republicans. Mocht u deel 1 gemist hebben, lees het hier.

 

Burgeroorlog

De slavernijkwestie had door gebrek aan handelen van de Democratische presidenten haar kookpunt bereikt. De verkiezing van Lincoln maakte het zo mogelijk erger: Hij won bijna alle Noordelijke staten, maar niets in het Zuiden. Als gevolg hiervan bleef hij landelijk gezien hangen op 40 procent van de stemmen – een lager percentage dan welke president ook. Toch haalde hij meer kiesmannen binnen dan zijn drie tegenstanders bij elkaar, wat hem een sterk mandaat gaf in het Noorden. Zijn compromisloze benadering van de slavernijkwestie was de directe reden voor de Zuidelijke staten om zich af te scheiden en de Confederacy op te richten. Het verloop van de burgeroorlog is een grotendeels bekend verhaal. Na vier jaar strijd wist het Noorden aan het langste eind te trekken en slavernij werd officieel afgeschaft. Het meest opvallende aan Lincolns presidentschap buiten de Emancipation Proclamation is dat hij de macht van de president gigantisch uitbreidde.

 

De eerste aanval van de afgescheiden staten op de resterende Union vond plaats tijdens het reces van het congres. Dit noopte Lincoln tot het nemen van besluiten die ver buiten de macht van de president lagen, zoals het blokkeren van de Zuidelijke havens en het uitbreiden van het leger. Zijn argumentatie was dat het Congres zijn maatregelen toch wel goedgekeurd zou hebben, wat ook gebeurde toen de eerste zitting op 4 juli 1861 plaatsvond. Nog opmerkelijker was dat Lincoln, ondanks beschuldigingen van militair dictatorschap, zijn excessieve macht nauwelijks gebruikte. Tijdens de oorlog waren er vrije verkiezingen en militaire rechtszaken verliepen eerlijk.

 

Reconstruction, een moeizaam proces

Zo gerespecteerd als Lincoln nu is zal zijn opvolger nooit worden. Andrew Johnson was een Democraat, maar tegen de afsplitsing van het Zuiden, en werd president nadat John Wilkes Booth Lincoln vermoord had. Veel Republikeinen wilden wraak op de Zuidelijke staten, maar dat genoegen kregen ze niet. Wat dat betreft volgde Jackson zijn voorganger: eenheid van het land was belangrijker dan gelijk of ongelijk. Johnson werd de eerste president die aan een impeachment –procedure werd onderworpen, omdat hij tegen de wet een lid van zijn kabinet liet vervangen. Hij overleefde de procedure ternauwernood – slechts één stem in de Senaat redde hem – maar zijn politieke carrière was over. Hij werd opgevolgd door de succesvolle generaal Ulysses S. Grant, wiens presidentschap zwaar tegenviel. De macht lag weer grotendeels bij het Congres, wat de Reconstructie bepaald niet makkelijker maakte.

 

Na Grant werd verwacht dat de Democraten weer zouden winnen, maar chaos in de bezette Zuidelijke staten zorgde voor onduidelijkheid. Democraat Tilden had de leiding, maar als Republikein Hayes de vier overgebleven staten won, werd hij president. Uiteindelijk heeft kiescommissie, met leden van beide partijen, bepaald dat Hayes president werd. Deze Compromise of 1877 zorgde voor Democratische instemming in ruil voor het terugtrekken van Noordelijke troepen uit de Zuidelijke staten. Het gevolg was dat er totaal geen controle meer was op de uitvoering van het 14e en 15e Amendement, die de burgerrechten van – met name – voormalig slaven bekrachtigden. Pas honderd jaar na het einde van de Burgeroorlog, tijdens het presidentschap van Lyndon B. Johnson, was de Reconstructie een feit.

 

Eindelijk weer een Democraat

In 1884 kwam er een einde aan de hegemonie van de Republikeinen sinds de verkiezing van Lincoln. De Democratische kandidaat Grover Cleveland won de verkiezingen, waarin men het bewijs zag dat, ondanks dat de Reconstructie verre van goed verlopen was, het politieke systeem bestand bleek tegen een president van de “verliezers van de Burgeroorlog”. De president was indertijd niet de machtige figuur die we heden ten dage kennen. Amerikanen waren voornamelijk bezig met economische groei. Toch bleek Cleveland een uniek president: na zijn eerste termijn verloor hij van Benjamin Harrison – kleinzoon van oud-president William Harrison – maar vier jaar later won Cleveland dezelfde tweestrijd. Zo werd hij de eerste president die twee niet-aaneengesloten termijnen diende. Hierdoor is ook de telling van presidenten in de war geraakt. Omdat Cleveland als 22e en 24e president bekend staat, wordt gezegd dat Obama de 44e Amerikaan is die de functie van president bekleedt:

 

In Britse comedyquiz QI wordt deze discrepantie aan de orde gesteld. Het levert Obama een score van -10 op

 

Invloedrijker

Onder Clevelands tweede opvolger, William McKinley, werden de Verenigde Staten invloedrijker op het wereldtoneel. Met de Spaans-Amerikaanse oorlog – met Cubaanse zelfstandigheid als inzet – positioneerde de VS zich op het wereldtoneel. De Filippijnen werden onderdeel van de VS en de rol van de president als Commander in Chief werd niet meer in twijfel getrokken. Het bleek een mooie opmaat voor McKinleys opvolger: Theodore Roosevelt. In het volgende deel meer over hem en zijn opvolgers.

 

Dit artikel is geschreven met behulp van The American Presidency: Origins and Development, 1776-2007, fifth edition, van Sidney M. Milkis en Michael Nelson

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.