Het is een druilerige, koude zondagmiddag in Washington D.C. Obama zit in zijn luie stoel in de werkkamer van het Witte Huis. Hij staart naar buiten, over het perfect kortgeknipte gazon onder de donkergrijze wolken. Zijn gedachten dwalen af naar vroeger, naar Hawaii, waar de zon altijd scheen en hij na schooltijd met een paar vriendjes naar het strand trok. Af en toe stak hij stiekem een jointje op en keek hij in extase naar de surfers op de hoge golven.

Wat een tijd was dat. En wat een contrast met nu. Kopzorgen over de kwakkelende Amerikaanse economie, en pijn in de buik van de huichelachtige Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden onder aanvoering van die huilebalk John Boehner.

Het anonieme leven van Hawaii is bovendien voorgoed voorbij. ‘Ik kan niet eens meer genieten van mijn hamburger’ beseft Obama als hij denkt aan de lunch van gisteren in zijn geliefde burgertent in Washington. ‘De hele wereld kijkt mee bij elke hap die ik neem’.

Obama wandelt naar de spiegel en kijkt naar de grijze haren die sinds 2008 een steeds groter deel van zijn kapsel in beslag zijn gaan nemen. En de rimpels die zich vastberaden een weg in zijn eens zo soepele huid hebben gegraven. ‘Qua uiterlijk ben ik er sinds 2008 ook al niet op vooruit gegaan’, weet Obama.

En dan Michelle, de vrouw die altijd zo lief en zorgzaam voor hem was. Steeds vaker valt ze tegen hem uit, omdat hij zijn overhemden laat slingeren door de slaapkamer, omdat hij te weinig thuis is en ze te weinig samen met de kinderen op vakantie gaan. ‘Ik ben president lieverd, nog hoogstens vier-en-een-half jaar. Daarna kunnen we zoveel vakantie vieren als we maar willen’, probeert Obama.

Maar Michelle valt niet langer voor zijn charmes. Vroeger kon hij haar nog inpalmen. En op foto’s ziet ze er nog altijd stralend uit. Op foto’s wel ja. Achter de witte muren van de presidentiële residentie valt het masker en gaat ze tegen hem tekeer.

Bo, de zwartharige Witte-Huis-hond, ligt zwijgzaam en ontspannen op het tapijt in de werkkamer. ‘Was ik maar een hond; lekker makkelijk’, denkt Obama. ‘Of was ik maar terug op Hawaii…’

Opeens veert Obama op uit zijn stoel. ‘Wacht eens.. Michelle is aan het shoppen met de kinderen’, bedenkt hij zich. Snel loopt hij naar de deur van zijn werkkamer en draait hem op slot. Uit de onderste lade van zijn bureau pakt hij vervolgens een klein houten doosje met een slotje erop. Hij zet het op zijn bureau. Het bijbehorende sleuteltje ligt onder een van de hoeken van het tapijt.

Vastberaden draait Obama het sleuteltje om. Uit het doosje pakt hij de joint die een van zijn lijfwachten in het geheim voor hem had weten te bemachtigen. Onderuitgezakt in zijn luie stoel steekt hij hem aan, met de metalen aansteker in de binnenzak van zijn jasje. ‘Hawaii… was ik maar weer terug op Hawaii.’

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>